Eerst drukloos maken
Stop de drukopbouw en maak beide zijden drukloos volgens de procedure van de machine- of installatiebouwer. Dit is het uitgangspunt als de koppelserie en de toegestane koppeldruk niet aantoonbaar bekend zijn.
Soms kan een hydraulische snelkoppeling onder druk worden gekoppeld, maar alleen als de specifieke uitvoering daarvoor is ontworpen en vrijgegeven.
Ga bij een onbekende koppeling altijd uit van drukloos koppelen. Werkdruk, restdruk en toegestane koppeldruk zijn verschillende gegevens. Deze keuzehulp legt het verschil uit en laat zien wanneer een push-pull-, schroef- of vlakdichtende uitvoering in beeld komt.
Stop de drukopbouw en maak beide zijden drukloos volgens de procedure van de machine- of installatiebouwer. Dit is het uitgangspunt als de koppelserie en de toegestane koppeldruk niet aantoonbaar bekend zijn.
Sommige snelkoppelingen mogen met restdruk aan de stekkerzijde, de koppelingzijde of aan beide zijden worden gekoppeld. Welke zijde en hoeveel druk is toegestaan, staat in de specificatie van de betreffende serie.
Koppelen aan een actief systeem is iets anders dan een stilstaand werktuig met opgesloten restdruk. Doe dit uitsluitend binnen een daarvoor ontworpen systeem en een door de fabrikant voorgeschreven procedure.
| Begrip | Wat betekent het? | Wat zegt het over koppelen? |
|---|---|---|
| Werkdruk | De druk die de volledig gekoppelde verbinding tijdens normaal bedrijf mag verwerken. | Een hoge werkdruk betekent niet automatisch dat koppelen of ontkoppelen onder die druk is toegestaan. |
| Restdruk | Opgesloten druk in een stilstaande slang, cilinder of aanbouwdeel. Deze kan bijvoorbeeld door belasting of opwarming ontstaan. | Een speciale uitvoering kan deze druk soms overwinnen. De toegestane zijde en grenswaarde moeten expliciet zijn opgegeven. |
| Koppeldruk | De maximale druk waarbij de fabrikant het verbinden van de betreffende helften toestaat. | Dit is het relevante productgegeven voor koppelen onder druk. Controleer de complete combinatie van stekker en koppeling. |
| Ontkoppeldruk | De druk waarbij losnemen is toegestaan. | Deze kan afwijken van de koppeldruk. Toegestaan koppelen onder restdruk betekent dus niet automatisch toegestaan ontkoppelen onder druk. |
De bedieningsvorm geeft een eerste richting, maar de vrijgave geldt altijd per serie en uitvoering. Ook binnen dezelfde familie kan de ene koppeling wel en de andere niet onder restdruk worden gekoppeld.
| Koppelingstype | Gebruikelijk gedrag | Wanneer passend? | Altijd controleren |
|---|---|---|---|
| Standaard push-pull | Meestal bedoeld voor drukloos koppelen. Restdruk maakt insteken en vergrendelen moeilijk of onmogelijk. | Bij snel en frequent wisselen aan landbouw-, mobiele en algemene hydrauliek. | Of een speciale uitvoering restdruk aan één of beide zijden toestaat. |
| Schroefkoppeling | De schroefdraad trekt de helften mechanisch naar elkaar toe. Sommige series kunnen daardoor een opgegeven restdruk overwinnen. | Bij zware belasting, trillingen, drukpulsen of wanneer een robuuste vergrendeling nodig is. | Koppeldruk, ontkoppeldruk en de voorgeschreven volledig ingeschroefde eindpositie. |
| Vlakdichtende koppeling | Beperkt morsen en vuilinsluiting, maar is niet automatisch geschikt voor koppelen onder druk. | Als netheid, weinig olieverlies en eenvoudig reinigen belangrijk zijn. | Of het een standaard vlakdichtende of speciale connect-under-pressure-uitvoering is. |
| Multikoppeling | Verbindt meerdere leidingen tegelijk. Restdruk in één circuit kan de bediening van de hele plaat blokkeren of overbelasten. | Bij snel en foutarm aansluiten van meerdere functies. | De toegestane druk per circuit, de bedieningskracht en de vrijgave van de complete plaat. |
| Hogedruk- of 700-baruitvoering | Een hoge werkdrukclassificatie zegt alleen iets over gebruik na correct koppelen. | Bij passend gereedschap en installaties met een daarvoor bestemde hogedrukserie. | De aparte koppelprocedure en de expliciete koppeldruk; neem geen vrijheid op basis van de werkdruk. |
Volg altijd eerst de handleiding en veiligheidsprocedure van de machine, het werktuig en de koppelfabrikant. Onderstaande stappen zijn een algemene controle, geen vervanging van die voorschriften.
Wilt u een koppeling kiezen die met restdruk kan worden verbonden? Leg dan niet alleen werkdruk en draadmaat vast, maar ook de koppelsituatie zelf.
Olie in een afgesloten slang of cilinder kan uitzetten als de temperatuur stijgt. Ook een belaste cilinder, een verschoven aanbouwdeel of een niet volledig ontlaste functie kan druk vasthouden. Daardoor kan een koppeling die eerder drukloos was later toch moeilijk te verbinden zijn.
Nee, niet als geïmproviseerde methode. Er kan olie onder hoge druk vrijkomen en de koppeling kan beschadigen of vervuild raken. Gebruik uitsluitend het drukontlastsysteem en de procedure die voor de machine of het werktuig zijn voorgeschreven.
Nee. De schroefbediening kan bij sommige series helpen om opgegeven restdruk te overwinnen, maar dat is geen algemene eigenschap. Controleer de toegestane koppeldruk, de zijde waarop deze geldt en de vereiste eindpositie.
Nee. Vlakdichtende koppelingen beperken doorgaans morsen en vuilinsluiting, maar veel standaarduitvoeringen moeten drukloos worden gekoppeld. Alleen een speciaal daarvoor vrijgegeven uitvoering mag met de opgegeven restdruk worden verbonden.
Niet zonder een afzonderlijke, expliciete vrijgave. De werkdruk geldt voor de correct gekoppelde verbinding tijdens bedrijf. De maximaal toegestane koppeldruk kan veel lager zijn of nul bedragen.
Niet automatisch. Koppeldruk en ontkoppeldruk zijn afzonderlijke productgegevens. Controleer beide waarden en volg de voorgeschreven procedure voordat u een verbinding losneemt.
Geef bij uw aanvraag door welke koppelhelft onder restdruk staat, hoe hoog die druk kan worden en welke werkdruk en welk debiet het systeem heeft. Leeuwtechniek kan dan gericht meedenken over type, serie, maat en afdichting.